In: reflectie + ruimtes » Coping in de stad (interview met psychiater W. Tuinebreijer)

Een introductie over het begrip ‘Coping’. Psychiater Wilco Tuinebreijer beschrijft het in relatie tot afweermechanismen en de stad.
Wat wordt in de psychiatrie bedoeld met het begrip ‘Coping’?
Het is een complex begrip. Ik zal het eerst uitleggen in relatie tot een ander psychisch mechanisme: afweer.
Mensen moeten om kunnen gaan met de moeilijkheden en teleurstellingen in hun leven.
Belangrijk daarbij zijn afweermechanismen en coping.
Afweermechanismen gebruiken we om moeilijke zaken letterlijk af te weren. Door ontkenning of verdringing kan je er voor zorgen, dat je lastige zaken niet voelt. Je hoeft er dan niet over na te denken. Je kan dat bijvoorbeeld gebruiken wanneer je je afgewezen voelen.
Coping bestaat uit strategieën om moeilijkheden wel aan te kunnen of actief aan te pakken. Deze strategieën kunnen van persoon tot persoon verschillen. Sommige mensen hebben een actieve, extraverte coping. Hardrennen of werken is dan hun manier om met teleurstelling om te gaan. Andere mensen zijn meer geneigd tot introverte coping, bijvoorbeeld piekeren.
De mechanismen die iemand gebruikt, zeggen veel over zijn of haar ontwikkeling en psychische gezondheid. Als het goed is, groeien coping en afweermechanismen mee met het individu.

Er is dus een duidelijk verschil tusen coping en afweermechanismen. Gaat het om het verschil: bewust en onbewust? Maken we bij coping bewúste keuzes om de moeilijkheden in het leven aan te kunnen? Terwijl afweermechanismen onze ónbewuste reacties zijn op die moeilijkheden?
Nee, beiden zijn deels bewust en deels onbewust. Ze worden meer bewust als iemand zichzelf beter kent. Dus meer inzicht heeft in eigen emoties en functioneren. En dat is een maat voor psychische gezondheid. Wanneer je mensen psychiatrisch onderzoekt, kijk je naar welke coping en afweermechanismen ze gebruiken. Tegelijk kijk je of die persoon daar ook zelf inzicht in heeft.
Ons gesprek heeft de titel ‘Coping in de stad’. We hebben het over stadsbewoners en hoe zij omgaan met persoonlijke moeilijkheden. Als psychiater zie je vooral de mensen die in de knoop zitten.

Veel mensen beschikken over voldoende coping en afweermechanismen om het te redden in de stad.
Maar het stadsleven heeft ook een kant die het thema van ons gesprek rechtvaardigt. Er is veel meer psychopathologie dan in een niet-stedelijke omgeving.
In alle wereldsteden spelen bijvoorbeeld verschillen in etniciteit een belangrijke rol. Van Nederlandse steden is bekend dat Marokkaanse kinderen een grotere kans hebben op ernstige aandoeningen. Zoals schizofrenie en manische depressiviteit. Dezelfde risico’s zijn er voor zwarten uit het Caribisch gebied in London. Of voor Latinos in de Amerikaanse grote steden.
Een belangrijke factor is, hoe de stedelijke samenleving omgaat met zijn burgers. Natuurlijk kan ieder individu iets veranderen in zijn of haar omstandigheden. Maar gezondheid is ook afhankelijk van gelijke kansen voor iedereen. Van acceptabele inkomensverschillen, van een goed vangnet en een goede zorg voor zwakkeren. De inwoners die het wél redden, de politiek en de beleidsmakers moeten steeds bepalen hoe zij dat oppakken.
Komend artikel over Coping in de stad